Gisteren naar de voorlichtingsavond van de school van mijn zoon. Hij volgt sinds dit jaar het 5M onderwijs aan het Beatrixcollege te Tilburg. 5M staat voor Meer Meesterschap Met Minder Meesters en heeft als kenmerken heterogene groepen, werken aan competenties als zelfstandig werken, samenwerken en plannen.
Het heeft veel raakvlakken heeft met het Jenaplanonderwijs waarin plezier in het leren met elkaar, het presteren als groep en eigen verantwoordelijkheid belangrijke thema’s zijn.
5M schuurt erg aan tegen het competentiegericht onderwijs. Zeker de competentiekaarten waarin de vorderingen staan beschreven op het gebied van presteren, presenteren, communiceren ed. geven een duidelijk beeld van hun bedoelingen en ik kan me voorstellen dat ze de naam competentiegericht onderwijs niet gebruiken.
De uitwassen van competentiegericht onderwijs zijn zo negatief dat we naam niet meer positief kunnen lezen. Vooral binnen het MBO heeft het competentiegericht onderwijs niet goed uitgepakt. Leerlingen werden te weinig begeleid en moesten veel te zelfstandig werken aan hun opdrachten. Dit resulteerde vaak in uren doelloos rondhangen zonder resultaat. Zo ook de ervaringen met het studiehuis en de leerpleinen waar geen of te weinig controle is op wat de leerlingen doen.
We kunnen dus constateren dat dit type onderwijs in een kwaad daglicht is komen te staan en dat clubs als Beter Onderwijs Nederland hier grote vraagtekens bij heeft gezet. Mede hierdoor is ook het politieke tij gekeerd wat betreft competentiegericht onderwijs.
Een en ander wordt nog ondersteund door recent neuropsychologisch onderzoek m.b.t. de ontwikkeling van onze hersenen en de conclusies dat de hersenen helemaal nog niet in staat zouden zijn tot samenwerken,. plannen, organiseren etc.
Nu ben ik zelf een groot voorstander van onderwijs waar competenties centraal staan. Een competentie is dan wel op te vatten als ‘het vermogen om een opdracht naar behoren uit te voeren’. Hierbij staan kennis vergaren, vaardigheden ontwikkelen en het ontwikkelen van een juiste (beroeps-) centraal.
Ik heb zelf op het VMBO mogen meewerken aan het opzetten van competentiegericht gericht leerplein binnen de afdeling zorg en welzijn. Mijn ervaring is dat leerlingen dit type onderwijs als bevrijdend ervaren. Ze hebben meer ruimte om zich te uiten, hoeven minder lang stil te zitten en leren op een natuurlijke wijze om samen te werken, te plannen en te organiseren. Hun feitelijke kennis aan het eind van de rit was net zo groot als voordien onder het reguliere onderwijs omdat ook hier voldoende aandacht aan werd besteed en hun vaardigheden net zo ontwikkeld.
Dit ging voor ons als begeleidende leraren niet zo eenvoudig. We moesten ons verbreden als professional en in de uitvoering hadden we de eerste maanden onze handen vol aan het inbinden van alle ruimtes die de leerlingen kregen door de nieuwe opzet. Het duurde wel een jaartje voordat ook wij de competenties onder de knie hadden die dit onderwijs van ons vereist: samenwerken, goed plannen, communiceren, feedback geven en krijgen etc.
Toen dat eenmaal gebeurd was wilde niemand van ons team meer terug naar de oude situatie. We zagen de voordelen van ons onderwijs en onze nieuwe rol als brede leraar. Het was zeker een grote verbetering tov de oude klassikale situatie.
Niet dat er geen incidenten met leerlingen meer plaatsvonden maar deze hadden geen invloed meer op de gehele groep daar er geen grote groep was. Niet dat er geen leerlingen misbruik maken van de ruimte die ze kregen maar je kon ze wel wijzen op hun verantwoordelijkheid. Uiteindelijk waren we heel aardig in staat om dit type onderwijs naar behoren uit te voeren met prima resultaten en leerlingen die meer geleerd hadden dan wat in het schoolboek stond geschreven.
Hiervoor waren wel een aantal zaken erg belangrijk. Het meest belangrijke was wel dat er een goede samenwerking moest komen tussen alle betrokkenen: leerlingen, ouders, leerkrachten, leidinggevende en directie. Alles moet min of meer kloppen en iedereen moet elkaar ondersteunen en weten waar we mee bezig zijn en waar dit toe leidt.
Verder is het wezenlijk dat de uitvoerende leerkrachten een echt team vormen. Iets wat binnen het onderwijs natuurlijk niet zo vanzelfsprekend is.
Als laatste punt wil ik wijzen op de voorwaarde dat de leerkracht zelf competent moet zijn om competentiegericht onderwijs uit te voeren en de leerlingen die hieraan participeren te begeleiden. Dit vereist veel meer kennis van groepsdynamische processen in kleine groepen, veel meer kennis van de puber, van adolescentiepsychologie zogezegd. Veel beter competent in het coachen van leerlingen, veel meer competent in het (laten) oplossen van problemen onder elkaar en uiteindelijk maar zeker niet als minst belangrijk veel competenter in de toepassing van vakdidactische aspecten die bij dit type onderwijs horen. Doceren is echt iets geheel anders dan bv. probleemgestuurd onderwijs of projectonderwijs sturen.
Om een kort verhaal lang te maken: Ik kreeg gisteren een positief beeld van de school, de leerkrachten en de ouders met betrekking tot de bovengenoemde voorwaarden om 5M tot een succes te maken. Ik kreeg de indruk dat er een team stond, dat ze achter hun project stonden en de school achter hun project.
Dit type onderwijs kan alleen maar slagen als aan deze randvoorden is voldaan en dat dit ook blijft. Je kunt het je niet veroorloven om te verslappen. Want ondanks alles blijven leerlingen cq pubers altijd begeleiding en leiding nodig hebben.
Goed uitgevoerd is dit het meest bevredigende onderwijs voor zowel de leerling als de leraren.
Succes.
donderdag 8 september 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)