De overheid heeft blijkbaar veel moeite om samen met het onderwijs tot een goede invulling te komen van noodzakelijke beleid voor het onderwijs. Dit lijkt me nodig om te komen tot een structurele aanpak van het dreigende en deels al aanwezige lerarentekort en de vermindering van de werkdruk van de leraren.
Toch vreemd dat dit vertaald wordt in de volgende beleidsvoornemens, zoals te lezen in de volgende berichtgevingen:
Bericht 1: Deeltijdstudenten vallen bijna automatisch onder de 'langstudeerders' en moeten derhalve een boete gaan betalen van 3000 euro per jaar.
Beetje dom als je weet dat we veel behoefte hebben aan deze nieuwe leerkrachten met veel ervaring in andere sectoren van de maatschappij.
Ook een beetje dom als je weet dat deze studenten echt veel moeite hebben om studie, werk, gezin en vrije tijd met elkaar te verbinden.
Bericht 2: De zomervakanties worden teruggebracht naar 6 weken om de druk door het jaar heen voor de leerkrachten te verminderen. Een goed idee zou je zeggen maar ik ben bang dat het zo niet werkt. De druk zal alleen een week langer duren want leraren kunnen nu eenmaal moeilijk 'nee' zeggen als de baas van ze vraagt om de 2 lesuren die ze minder geven te compenseren met extra taken op het gebied van leerlingbegeleiding of iets dergelijks.
O ja. Nog even bericht 3 lezen.
Bericht 3: Onder druk van de PVV wordt het aantal lesuren in het voortgezet onderwijs op jaarbasis weer verhoogd van 1000 naar 1040. Weg werkdrukvermindering en leve het ophok-principe! Gelukkig kreeg ik een brief van de school van mijn zoon waarin stond dat de scholen massaal deze vordering naast zich neer gaan leggen en dat de LAKS heeft aangegeven dat ze volgende week gaan staken.
Prima, mijn zoon mag meedoen.
Wat een hap-snap-beleid van lek-me-een-vestje!
woensdag 14 december 2011
donderdag 1 december 2011
Ouders: blijf uit de school!
Het voornemen van Minister van Bijsterveldt om ouders meer te betrekken bij schoolactiviteiten heeft veel commotie teweeg gebracht en ik denk terecht. Zij gaat in haar betoog volledig voorbij aan de oorzaak van veel problemen met leerlingen op de scholen. Dit is zeker niet in eerste instantie het gebrek van betrokkenheid van de ouders bij het wel en wee van hun kind of de school.
Veruit de meeste ouders ondersteunen de school in hun (pedagogische)taak en geven ook aan hun kinderen de boodschap mee dat de leraar in de klas de baas is en dat ze naar hem of haar moeten luisteren. Deze ouders geven de leraar ook vaak gelijk als deze hun kind gecorrigeerd heeft of zelfs gestraft.
Juist op deze ouders doet Bijsterveldt een beroep terwijl we met zijn allen weten dat de ouders waar het echt om draait geen boodschap hebben aan wat de minister van de ouders vraagt. Deze ouders accepteren niet het gezag van de school en op cruciale momenten worden ze hierin ondersteund door de overheid en politie.
De ouders waar het echt om draait staan zelf vaak negatief t.o.v. de school en vaak proberen deze ouders via agressief gedrag het gelijk te halen als hun kind in hun ogen ten onrechte is gecorrigeerd of gestraft. De minister zou er beter aan doen om de bescherming van de leraar veel beter te regelen. Wat dit betreft is er helaas weer sprake van conflictmijdend gedrag van de minister t.o.v. drammerige ouders.
De school zelf staat meestal positief t.o.v. betrokkenheid van de ouders. Dit is echter wat anders dan dat deze ouders zich daadwerkelijk gaan bemoeien met wat er op de scholen gebeurd. Dit moeten de scholen intern regelen en naar de ouders toe goed communiceren.
Mijn motto is dan ook: betrokkenheid is oké maar blijf als ouder zoveel mogelijk uit de school.
Veruit de meeste ouders ondersteunen de school in hun (pedagogische)taak en geven ook aan hun kinderen de boodschap mee dat de leraar in de klas de baas is en dat ze naar hem of haar moeten luisteren. Deze ouders geven de leraar ook vaak gelijk als deze hun kind gecorrigeerd heeft of zelfs gestraft.
Juist op deze ouders doet Bijsterveldt een beroep terwijl we met zijn allen weten dat de ouders waar het echt om draait geen boodschap hebben aan wat de minister van de ouders vraagt. Deze ouders accepteren niet het gezag van de school en op cruciale momenten worden ze hierin ondersteund door de overheid en politie.
De ouders waar het echt om draait staan zelf vaak negatief t.o.v. de school en vaak proberen deze ouders via agressief gedrag het gelijk te halen als hun kind in hun ogen ten onrechte is gecorrigeerd of gestraft. De minister zou er beter aan doen om de bescherming van de leraar veel beter te regelen. Wat dit betreft is er helaas weer sprake van conflictmijdend gedrag van de minister t.o.v. drammerige ouders.
De school zelf staat meestal positief t.o.v. betrokkenheid van de ouders. Dit is echter wat anders dan dat deze ouders zich daadwerkelijk gaan bemoeien met wat er op de scholen gebeurd. Dit moeten de scholen intern regelen en naar de ouders toe goed communiceren.
Mijn motto is dan ook: betrokkenheid is oké maar blijf als ouder zoveel mogelijk uit de school.
vrijdag 25 november 2011
Ordehandhaving is geen trucje!
Ik was laatst aanwezig bij een bijeenkomst van lerarenopleiders. Een van hen vroeg of het niet mogelijk zou zijn om een module ‘Ordehandhaving in de klas’ te ontwikkelen. Zijn studenten hadden hier veel behoefte aan zei hij. Ik antwoordde hem met de opmerking dat ‘ordehandhaving’ geen trucje is dat in een paar maanden te leren is. Ordehandhaving is het resultaat van vele aspecten en een lang leerproces waarin vele competenties ontwikkeld dienen te worden. Tips zijn wel handig maar bij lange na niet voldoende.
Voor het handhaven van de orde zal in de eerste plaats de omgeving waarin de leraar werkt ondersteunend moeten zijn. Als een leraar niet mag of durft in te grijpen dan zal van ordehandhaving in het uiterste geval geen sprake kunnen zijn. Wat dat betreft heeft de politiek veel boter op het hoofd. Wel de verantwoordelijkheid bij de scholen neerleggen maar vervolgens niet duidelijk maken hoe deze verantwoordelijkheid kan worden genomen. Hierdoor komt de leraar in een zeer lastige positie. Net als de politie zal deze om het probleem heen lopen en niet optreden. Hierdoor kan ook een zekere mate van anarchie ontstaan tussen de leerlingen waarin de slechtbedoelende en sterkste leerlingen het voor het zeggen krijgen.
Een belangrijke schakel tussen leerling en school zijn de ouders. Volgens sommigen de oorzaak cq. oplossing voor de ordeproblemen. Het zijn helaas juist de ouders die zelf vaak een negatieve schoolervaring hebben die zich agressief opstellen naar de scholen. Zij accepteren het gezag van de school niet meer en komen bij het minste of geringste verhaal halen bij de school. De goed bedoelende ouder zal samen met de school zoeken naar oplossingen voor ordeproblemen.
De politiek zal zich krachtig uit moeten spreken. Ze moeten aan alle partijen duidelijk moeten maken waar de grenzen liggen.
Naar de school toe zullen ze aan moeten geven wat een leraar en een school wel of niet mag doen in hun poging om de orde te handhaven.
Naar de ouders en de leerlingen moet een duidelijk signaal komen dat agressie tov schoolmedewerkers, de leraar en andere leerlingen op geen enkele wijze getolereerd zal worden.
De leraar zich moeten verder professionaliseren en het proces van corrigeren en straffen moeten ontwikkelen. Helaas wordt corrigeren en straffen nog vaak gezien als een tekortkoming van de leraar of de maatschappij in plaats van een wezenlijk onderdeel en sluitstuk van een opvoedingsproces en om de maatschappij leefbaar te houden. Als we zonder straffen uit zouden kunnen hoefden we geen verkeersboetes uit te delen (zeer effectief middel tegen verkeersslachtoffers).
Voor de leraar zijn tips en truc’s bruikbaar maar het belangrijkste is toch wie hij als persoon is. Hieronder een aantal gebieden waarop de leraar zich moet ontwikkelen:
• Leer jezelf goed kennen. Vooral die zaken die je kunnen raken en waardoor je emotioneel wordt.
• Wordt een goed vakman. Je lessen goed voorbereiden en variatie brengen in je lessen is essentieel in het voorkomen van veel (niet alle) ordeproblemen.
• Ontwikkel je professionele skills op het gebied van interpersoonlijke communicatie en sturen van groepen en zeker in het professioneel corrigeren en straffen.
• Lees veel over pubers. Veel van wat ze doen is leeftijdsgebonden en zeker niet persoonlijk bedoeld.
• Ontwikkel een visie op jongeren, op de pedagogische opdracht van de school, jouw rol als leraar en zoek vervolgens een school die bij je past. Veel scholen voeren een prima beleid op het gebied van samen verantwoordelijk zijn van de sfeer.
Ten slotte: Als je gaat solliciteren ga dan als docent niet over een nacht ijs. Vraag welk beleid de school voert tav ordehandhaving en hoe ze jou ondersteunen. Gezien de recente gebeurtenissen niet geheel onbelangrijk.
O ja! Sluit voor de zekerheid zelf een rechtsbijstandverzekering af. Ben je niet afhankelijk van de grillen van de schoolleiding of de vakbond.
Voor het handhaven van de orde zal in de eerste plaats de omgeving waarin de leraar werkt ondersteunend moeten zijn. Als een leraar niet mag of durft in te grijpen dan zal van ordehandhaving in het uiterste geval geen sprake kunnen zijn. Wat dat betreft heeft de politiek veel boter op het hoofd. Wel de verantwoordelijkheid bij de scholen neerleggen maar vervolgens niet duidelijk maken hoe deze verantwoordelijkheid kan worden genomen. Hierdoor komt de leraar in een zeer lastige positie. Net als de politie zal deze om het probleem heen lopen en niet optreden. Hierdoor kan ook een zekere mate van anarchie ontstaan tussen de leerlingen waarin de slechtbedoelende en sterkste leerlingen het voor het zeggen krijgen.
Een belangrijke schakel tussen leerling en school zijn de ouders. Volgens sommigen de oorzaak cq. oplossing voor de ordeproblemen. Het zijn helaas juist de ouders die zelf vaak een negatieve schoolervaring hebben die zich agressief opstellen naar de scholen. Zij accepteren het gezag van de school niet meer en komen bij het minste of geringste verhaal halen bij de school. De goed bedoelende ouder zal samen met de school zoeken naar oplossingen voor ordeproblemen.
De politiek zal zich krachtig uit moeten spreken. Ze moeten aan alle partijen duidelijk moeten maken waar de grenzen liggen.
Naar de school toe zullen ze aan moeten geven wat een leraar en een school wel of niet mag doen in hun poging om de orde te handhaven.
Naar de ouders en de leerlingen moet een duidelijk signaal komen dat agressie tov schoolmedewerkers, de leraar en andere leerlingen op geen enkele wijze getolereerd zal worden.
De leraar zich moeten verder professionaliseren en het proces van corrigeren en straffen moeten ontwikkelen. Helaas wordt corrigeren en straffen nog vaak gezien als een tekortkoming van de leraar of de maatschappij in plaats van een wezenlijk onderdeel en sluitstuk van een opvoedingsproces en om de maatschappij leefbaar te houden. Als we zonder straffen uit zouden kunnen hoefden we geen verkeersboetes uit te delen (zeer effectief middel tegen verkeersslachtoffers).
Voor de leraar zijn tips en truc’s bruikbaar maar het belangrijkste is toch wie hij als persoon is. Hieronder een aantal gebieden waarop de leraar zich moet ontwikkelen:
• Leer jezelf goed kennen. Vooral die zaken die je kunnen raken en waardoor je emotioneel wordt.
• Wordt een goed vakman. Je lessen goed voorbereiden en variatie brengen in je lessen is essentieel in het voorkomen van veel (niet alle) ordeproblemen.
• Ontwikkel je professionele skills op het gebied van interpersoonlijke communicatie en sturen van groepen en zeker in het professioneel corrigeren en straffen.
• Lees veel over pubers. Veel van wat ze doen is leeftijdsgebonden en zeker niet persoonlijk bedoeld.
• Ontwikkel een visie op jongeren, op de pedagogische opdracht van de school, jouw rol als leraar en zoek vervolgens een school die bij je past. Veel scholen voeren een prima beleid op het gebied van samen verantwoordelijk zijn van de sfeer.
Ten slotte: Als je gaat solliciteren ga dan als docent niet over een nacht ijs. Vraag welk beleid de school voert tav ordehandhaving en hoe ze jou ondersteunen. Gezien de recente gebeurtenissen niet geheel onbelangrijk.
O ja! Sluit voor de zekerheid zelf een rechtsbijstandverzekering af. Ben je niet afhankelijk van de grillen van de schoolleiding of de vakbond.
Locatie:
Nederland
zaterdag 19 november 2011
Nederland El Dorado voor pesters
Al decennia lang volg ik de berichten rond pesten en pesters in Nederland en nog steeds word ik erg boos over de laksheid waarmee e.e.a. wordt aangepakt in ons beschaafde Nederland. Nog steeds wordt pesten niet gezien als een ernstige inbreuk op iemands persoonlijke domein met alle schadelijke gevolgen van dien. Wel haast een El Dorado voor pestgraag Nederland.
Kinderen pesten om veel reden maar het zijn de volwassenen die ervoor kunnen zorgen dat kinderen hiermee stoppen. Daar ligt ook de verantwoordelijkheid. En als dit pesten op school gebeurt dan is de school verantwoordelijk. Je verschuilen achter 'waar er 2 vechten hebben er 2 schuld', 'het valt zo moeilijk te bewijzen', 'ach het zijn maar kinderen' is helaas aan de orde van de dag. Veel pestgedrag vindt plaats tijdens de pauzes op het schoolplein. Het helpt dan ook niet dat scholen vaak onervaren, goed bedoelende maar pedagogisch en groepsdynamisch niets ziende ouders deze schoolpleinen laten bewaken (Leerkrachten mogen dit niet meer zelf! CAO!)
Ik geloof best in een goed gesprek met alle betrokkenen, in een weerbaarheidstraject voor kwetsbare kinderen, socialisatietrajecten voor pesters en omstanders en wat al niet meer. Maar puntje bij paaltje zullen we op basis van de feiten moeten ingrijpen bij die kinderen die ondanks alles toch doorgaan met het pesten van ander kinderen.
Er wordt vaak gebruik gemaakt van de no-blame-methode als het om pesten gaat. Dit houd in dat we geen schuldigen aanwijzen. Ik vind het uitgangspunt hierbij verkeerd. Er valt wel degelijk iets te 'blamen'. Het kind dat pest doet iets wat niet mag en zelfs schadelijk is voor het andere kind. Als een kind een rotje afsteekt als dit niet mag wordt het meteen doorverwezen naar bureau HALT. Een flinke straf zou ik zeggen. Zelfs een die prima werkt. Als ditzelfde kind pestgedrag vertoont en hiermee doorgaat dan gaan we om de tafel zitten met z'n allen.
We moeten als volwassenen de verantwoordelijkheid voor het gedrag van kinderen weer op ons nemen en zorgen dat kinderen stoppen met dit schadelijke pestgedrag. Dit kan volgens mij bij een kleine groep kinderen die niet wil luisteren ook niet zonder straffen in het vooruitzicht te stellen en deze zo nodig uit te voeren. Ik ben van de overtuiging dat straffen wel degelijk helpt als dit correct wordt uitgevoerd en in overeenstemming is met de overtreding.
Scholen zouden veel actiever moeten zijn in het observeren van kinderen en ingrijpen als ze pestgedrag herkennen. Leerkrachten zouden meer detective moeten spelen. Ga kinderen, waarvan je vermoedt dat ze pestgedrag vertonen eens actief en onopzichtig volgen. Ik weet dat je hierdoor veel informatie kan verzamelen. Schoolpleinen zouden desnoods best uitgerust kunnen worden met bewakingscamera's zodat je later beelden kan analyseren. Videoanalyse is zeer bruikbaar als middel om pestgedrag te leren herkennen. Er is geen enkele wet die verbied dat je op school geen camera's mag hangen.
Scholen verdoezelen veel te vaak het pestgedrag zelf omdat ze bang zijn voor hun goede naam.
Als ouder zou ik in ieder geval proberen om zelf ook bewijs in handen te krijgen dat mijn zoon of dochter gepest wordt. Ik zou hierbij gebruik kunnen maken van opname-apparatuur, desnoods huur ik voor enkele dagen een privé-detective in of volg mijn kind zelf met een camera. Ik maak me in deze niet zozeer zorgen meer om de goede relatie met zo'n school. Die is toch al zoek denk ik. Scholen komen veel te gemakkelijk weg met pestgedrag van hun leerlingen en kunnen lang volhouden dat er bij hun op school niets gebeurd. Feitelijke bewijzen dwingt hun om er anders naar te kijken en iets met de informatie te doen.
Pesten is van alle tijden en daarom is er altijd aandacht nodig voor dit gedrag. Eigenlijk hoort het corrigeren van schadelijk gedrag tov elkaar bij het socialisatieproces en maakt een onmisbare onderdeel uit van onze beschaving.
Ik verwijs graag naar Bob van der Meer (http://www.bobvandermeer.info), een specialist op het gebied van pestgedrag. Hij gaat uit van een vijfsporenaanpak aanpak waarbij straffen als uiterste maatregel de bekende stok achter de deur is. Dit in tegenstelling tot andere protocols die dit laatste dwangmiddel niet wensen te gebruiken zoals het no-blame-model.
Maar het allerbelangrijkste is toch dat met zijn allen de gevolgen van dit pestgedrag dramatisch onderschatten. Dit blijft voor mij een grote schande. In mijn werk als lerarenopleider bespreek ik pesten met mijn studenten, Ik sta elke keer versteld dat er zoveel studenten zijn die a) zelf slachtoffer zijn geweest van pesters, b) zelf lacherig toegeven dat ze wel gepest hebben (viel toch allemaal wel mee!) en c) de schuldvraag, in ieder geval voor een groot deel bij de gepeste legde (had rood haar of verkeerde kleding etc.)
Wij zijn veel te veel bezig met wat ik noem 'conflictmijdend gedrag'. Veel te angstig geworden om kinderen aan te pakken op een effectieve manier. Hierdoor kunnen kinderen veel schade toebrengen aan andere kinderen, met name als e.e.a. zich ook nog eens binnen groepen afspeelt.
Volwassenen moeten de regie en de verantwoordelijkheid weer op eisen. De overheid kan hierbij een grote rol spelen door helder te maken wat zij in het bestrijden van pestgedrag toelaatbaar acht en wat niet.
Kinderen pesten om veel reden maar het zijn de volwassenen die ervoor kunnen zorgen dat kinderen hiermee stoppen. Daar ligt ook de verantwoordelijkheid. En als dit pesten op school gebeurt dan is de school verantwoordelijk. Je verschuilen achter 'waar er 2 vechten hebben er 2 schuld', 'het valt zo moeilijk te bewijzen', 'ach het zijn maar kinderen' is helaas aan de orde van de dag. Veel pestgedrag vindt plaats tijdens de pauzes op het schoolplein. Het helpt dan ook niet dat scholen vaak onervaren, goed bedoelende maar pedagogisch en groepsdynamisch niets ziende ouders deze schoolpleinen laten bewaken (Leerkrachten mogen dit niet meer zelf! CAO!)
Ik geloof best in een goed gesprek met alle betrokkenen, in een weerbaarheidstraject voor kwetsbare kinderen, socialisatietrajecten voor pesters en omstanders en wat al niet meer. Maar puntje bij paaltje zullen we op basis van de feiten moeten ingrijpen bij die kinderen die ondanks alles toch doorgaan met het pesten van ander kinderen.
Er wordt vaak gebruik gemaakt van de no-blame-methode als het om pesten gaat. Dit houd in dat we geen schuldigen aanwijzen. Ik vind het uitgangspunt hierbij verkeerd. Er valt wel degelijk iets te 'blamen'. Het kind dat pest doet iets wat niet mag en zelfs schadelijk is voor het andere kind. Als een kind een rotje afsteekt als dit niet mag wordt het meteen doorverwezen naar bureau HALT. Een flinke straf zou ik zeggen. Zelfs een die prima werkt. Als ditzelfde kind pestgedrag vertoont en hiermee doorgaat dan gaan we om de tafel zitten met z'n allen.
We moeten als volwassenen de verantwoordelijkheid voor het gedrag van kinderen weer op ons nemen en zorgen dat kinderen stoppen met dit schadelijke pestgedrag. Dit kan volgens mij bij een kleine groep kinderen die niet wil luisteren ook niet zonder straffen in het vooruitzicht te stellen en deze zo nodig uit te voeren. Ik ben van de overtuiging dat straffen wel degelijk helpt als dit correct wordt uitgevoerd en in overeenstemming is met de overtreding.
Scholen zouden veel actiever moeten zijn in het observeren van kinderen en ingrijpen als ze pestgedrag herkennen. Leerkrachten zouden meer detective moeten spelen. Ga kinderen, waarvan je vermoedt dat ze pestgedrag vertonen eens actief en onopzichtig volgen. Ik weet dat je hierdoor veel informatie kan verzamelen. Schoolpleinen zouden desnoods best uitgerust kunnen worden met bewakingscamera's zodat je later beelden kan analyseren. Videoanalyse is zeer bruikbaar als middel om pestgedrag te leren herkennen. Er is geen enkele wet die verbied dat je op school geen camera's mag hangen.
Scholen verdoezelen veel te vaak het pestgedrag zelf omdat ze bang zijn voor hun goede naam.
Als ouder zou ik in ieder geval proberen om zelf ook bewijs in handen te krijgen dat mijn zoon of dochter gepest wordt. Ik zou hierbij gebruik kunnen maken van opname-apparatuur, desnoods huur ik voor enkele dagen een privé-detective in of volg mijn kind zelf met een camera. Ik maak me in deze niet zozeer zorgen meer om de goede relatie met zo'n school. Die is toch al zoek denk ik. Scholen komen veel te gemakkelijk weg met pestgedrag van hun leerlingen en kunnen lang volhouden dat er bij hun op school niets gebeurd. Feitelijke bewijzen dwingt hun om er anders naar te kijken en iets met de informatie te doen.
Pesten is van alle tijden en daarom is er altijd aandacht nodig voor dit gedrag. Eigenlijk hoort het corrigeren van schadelijk gedrag tov elkaar bij het socialisatieproces en maakt een onmisbare onderdeel uit van onze beschaving.
Ik verwijs graag naar Bob van der Meer (http://www.bobvandermeer.info), een specialist op het gebied van pestgedrag. Hij gaat uit van een vijfsporenaanpak aanpak waarbij straffen als uiterste maatregel de bekende stok achter de deur is. Dit in tegenstelling tot andere protocols die dit laatste dwangmiddel niet wensen te gebruiken zoals het no-blame-model.
Maar het allerbelangrijkste is toch dat met zijn allen de gevolgen van dit pestgedrag dramatisch onderschatten. Dit blijft voor mij een grote schande. In mijn werk als lerarenopleider bespreek ik pesten met mijn studenten, Ik sta elke keer versteld dat er zoveel studenten zijn die a) zelf slachtoffer zijn geweest van pesters, b) zelf lacherig toegeven dat ze wel gepest hebben (viel toch allemaal wel mee!) en c) de schuldvraag, in ieder geval voor een groot deel bij de gepeste legde (had rood haar of verkeerde kleding etc.)
Wij zijn veel te veel bezig met wat ik noem 'conflictmijdend gedrag'. Veel te angstig geworden om kinderen aan te pakken op een effectieve manier. Hierdoor kunnen kinderen veel schade toebrengen aan andere kinderen, met name als e.e.a. zich ook nog eens binnen groepen afspeelt.
Volwassenen moeten de regie en de verantwoordelijkheid weer op eisen. De overheid kan hierbij een grote rol spelen door helder te maken wat zij in het bestrijden van pestgedrag toelaatbaar acht en wat niet.
zondag 13 november 2011
Docent in het gevang wegens vermeende mishandeling leerling!
Afgelopen week werd een adjunct-directeur van een middelbare school die een weerbarstige, 12 jarige leerling uit de klas verwijderde door deze aan zijn kraag vast te pakken door de politie in de cel gezet. Dit nadat de stiefvader van het kind een aangifte had gedaan.
De politie was met sirene en zwaailicht het schoolplein opgereden en de man ten overstaan van de leerlingen aangehouden. Blijkbaar in bijzijn van de stiefvader.
De motivering van het politieoptreden was enerzijds dat er wel degelijk iets aan de hand moest zijn geweest gezien een schram van de leerling op zijn been en anderzijds was de vader zo over zijn toeren dat de politie het beter vond de docent tegen deze meneer te beschermen door hem maar liefst 3 uur vast te zetten.
De aanleiding voor de directie om de leerling te verwijderen was een vechtpartij tussen hem en een medeleerling. Beide leerlingen werd verzocht om het klaslokaal te verlaten. De ene leerling voldeed aan het verzoek van de docent. De andere leerling weigerde dit steevast en de docent heeft uiteindelijk de adjunct-directeur erbij gehaald om de zaak te regelen. Deze pakt de leerling aan en verwijdert deze uit de klas. Helder en duidelijk voor iedereen.
Prima toch. Scholen zijn namelijk verantwoordelijk voor het handhaven van de orde. Ik verwacht van de school waarop mijn zoon zit niets anders. Ten alle tijden moeten medewerkers hierbij correct en professioneel blijven handelen, ook in lastige situaties (lees in deze ook: 'Omgaan met jongeren, competentieontwikkeling voor de professional' , Boom 2009).
Maar daar waar de politie fysieke middelen in mag zetten mogen scholen dit blijkbaar niet. De politie is er als de kippen bij om leraren te laten zien waar hun grenzen liggen. Ze hebben blijkbaar het idee dat docenten sadisten zijn die om niets kleine kinderen mishandelen. Wellicht een niet verwerkt verleden van de dienders zelf?
De stap van de politie heeft vergaande consequenties die zeer negatief uitwerken op de handelingsbereidheid van docenten. Die zullen wel 10 keer nadenken alvorens zich te bemoeien met zaken aangaande veiligheid.
Verder zullen die vervelende jongeren zich helemaal suf lachen. Ik ben benieuwd hoeveel leerlingen komende week de boel op scherp zullen zetten. Ik ben trouwens ook benieuwd of schooldirecties massaal de politie gaan bellen voor assistentie bij het verwijderen van vervelende leerlingen. Of de politie blij is met deze uitbreiding van hun taak?
Dit alles heeft ook een zeer negatieve uitwerking op de goedwillende leerling. Die zal zijn gevoel van veiligheid helemaal kwijt zijn.
De motivering van de politie voor de tv na het voorval was een slappe, zelf laffe uitleg. De leerling had wat schrammen en een blauwe plek. Die heb je al snel als je vecht met andere leerlingen en ook als je je verzet tegen een wat harde aanpak van een leraar. Daarmee is er nog geen mishandeling aan de orde.
Verder wilde ze de adjunct beschermen tegen de agressie van de stiefvader! Foei! Pak die man op als deze zo bedreigend is. Wat is dat toch dat de politie regelmatig de kant kiest van de daders.
Al met al zal er snel duidelijkheid moeten komen in wat de school mag doen en wat niet. Ik zou in deze een rechtzaak verwelkomen. Weten we met zijn allen waar we aan toe zijn.
Om het dilemma van fysiek geweld op te lossen zouden we desnoods enkele medewerkers verantwoordelijk kunnen maken voor het uitzetten van vervelende leerlingen die zelfs na 10 keer waarschuwen niet wensen mee te werken. Geef deze medewerkers een officiële status waarin fysiek handelen is geoorloofd als de situatie hierom vraagt.
Tot die tijd: blijf met je handjes van de leerlingen af en bel de politie voor assistentie.
Prima trouwens dat de docent die de leerling wilde verwijderen dit overliet aan zijn adjunct.
De politie was met sirene en zwaailicht het schoolplein opgereden en de man ten overstaan van de leerlingen aangehouden. Blijkbaar in bijzijn van de stiefvader.
De motivering van het politieoptreden was enerzijds dat er wel degelijk iets aan de hand moest zijn geweest gezien een schram van de leerling op zijn been en anderzijds was de vader zo over zijn toeren dat de politie het beter vond de docent tegen deze meneer te beschermen door hem maar liefst 3 uur vast te zetten.
De aanleiding voor de directie om de leerling te verwijderen was een vechtpartij tussen hem en een medeleerling. Beide leerlingen werd verzocht om het klaslokaal te verlaten. De ene leerling voldeed aan het verzoek van de docent. De andere leerling weigerde dit steevast en de docent heeft uiteindelijk de adjunct-directeur erbij gehaald om de zaak te regelen. Deze pakt de leerling aan en verwijdert deze uit de klas. Helder en duidelijk voor iedereen.
Prima toch. Scholen zijn namelijk verantwoordelijk voor het handhaven van de orde. Ik verwacht van de school waarop mijn zoon zit niets anders. Ten alle tijden moeten medewerkers hierbij correct en professioneel blijven handelen, ook in lastige situaties (lees in deze ook: 'Omgaan met jongeren, competentieontwikkeling voor de professional' , Boom 2009).
Maar daar waar de politie fysieke middelen in mag zetten mogen scholen dit blijkbaar niet. De politie is er als de kippen bij om leraren te laten zien waar hun grenzen liggen. Ze hebben blijkbaar het idee dat docenten sadisten zijn die om niets kleine kinderen mishandelen. Wellicht een niet verwerkt verleden van de dienders zelf?
De stap van de politie heeft vergaande consequenties die zeer negatief uitwerken op de handelingsbereidheid van docenten. Die zullen wel 10 keer nadenken alvorens zich te bemoeien met zaken aangaande veiligheid.
Verder zullen die vervelende jongeren zich helemaal suf lachen. Ik ben benieuwd hoeveel leerlingen komende week de boel op scherp zullen zetten. Ik ben trouwens ook benieuwd of schooldirecties massaal de politie gaan bellen voor assistentie bij het verwijderen van vervelende leerlingen. Of de politie blij is met deze uitbreiding van hun taak?
Dit alles heeft ook een zeer negatieve uitwerking op de goedwillende leerling. Die zal zijn gevoel van veiligheid helemaal kwijt zijn.
De motivering van de politie voor de tv na het voorval was een slappe, zelf laffe uitleg. De leerling had wat schrammen en een blauwe plek. Die heb je al snel als je vecht met andere leerlingen en ook als je je verzet tegen een wat harde aanpak van een leraar. Daarmee is er nog geen mishandeling aan de orde.
Verder wilde ze de adjunct beschermen tegen de agressie van de stiefvader! Foei! Pak die man op als deze zo bedreigend is. Wat is dat toch dat de politie regelmatig de kant kiest van de daders.
Al met al zal er snel duidelijkheid moeten komen in wat de school mag doen en wat niet. Ik zou in deze een rechtzaak verwelkomen. Weten we met zijn allen waar we aan toe zijn.
Om het dilemma van fysiek geweld op te lossen zouden we desnoods enkele medewerkers verantwoordelijk kunnen maken voor het uitzetten van vervelende leerlingen die zelfs na 10 keer waarschuwen niet wensen mee te werken. Geef deze medewerkers een officiële status waarin fysiek handelen is geoorloofd als de situatie hierom vraagt.
Tot die tijd: blijf met je handjes van de leerlingen af en bel de politie voor assistentie.
Prima trouwens dat de docent die de leerling wilde verwijderen dit overliet aan zijn adjunct.
donderdag 8 september 2011
5M, onderwijs met randvoorwaarden.
Gisteren naar de voorlichtingsavond van de school van mijn zoon. Hij volgt sinds dit jaar het 5M onderwijs aan het Beatrixcollege te Tilburg. 5M staat voor Meer Meesterschap Met Minder Meesters en heeft als kenmerken heterogene groepen, werken aan competenties als zelfstandig werken, samenwerken en plannen.
Het heeft veel raakvlakken heeft met het Jenaplanonderwijs waarin plezier in het leren met elkaar, het presteren als groep en eigen verantwoordelijkheid belangrijke thema’s zijn.
5M schuurt erg aan tegen het competentiegericht onderwijs. Zeker de competentiekaarten waarin de vorderingen staan beschreven op het gebied van presteren, presenteren, communiceren ed. geven een duidelijk beeld van hun bedoelingen en ik kan me voorstellen dat ze de naam competentiegericht onderwijs niet gebruiken.
De uitwassen van competentiegericht onderwijs zijn zo negatief dat we naam niet meer positief kunnen lezen. Vooral binnen het MBO heeft het competentiegericht onderwijs niet goed uitgepakt. Leerlingen werden te weinig begeleid en moesten veel te zelfstandig werken aan hun opdrachten. Dit resulteerde vaak in uren doelloos rondhangen zonder resultaat. Zo ook de ervaringen met het studiehuis en de leerpleinen waar geen of te weinig controle is op wat de leerlingen doen.
We kunnen dus constateren dat dit type onderwijs in een kwaad daglicht is komen te staan en dat clubs als Beter Onderwijs Nederland hier grote vraagtekens bij heeft gezet. Mede hierdoor is ook het politieke tij gekeerd wat betreft competentiegericht onderwijs.
Een en ander wordt nog ondersteund door recent neuropsychologisch onderzoek m.b.t. de ontwikkeling van onze hersenen en de conclusies dat de hersenen helemaal nog niet in staat zouden zijn tot samenwerken,. plannen, organiseren etc.
Nu ben ik zelf een groot voorstander van onderwijs waar competenties centraal staan. Een competentie is dan wel op te vatten als ‘het vermogen om een opdracht naar behoren uit te voeren’. Hierbij staan kennis vergaren, vaardigheden ontwikkelen en het ontwikkelen van een juiste (beroeps-) centraal.
Ik heb zelf op het VMBO mogen meewerken aan het opzetten van competentiegericht gericht leerplein binnen de afdeling zorg en welzijn. Mijn ervaring is dat leerlingen dit type onderwijs als bevrijdend ervaren. Ze hebben meer ruimte om zich te uiten, hoeven minder lang stil te zitten en leren op een natuurlijke wijze om samen te werken, te plannen en te organiseren. Hun feitelijke kennis aan het eind van de rit was net zo groot als voordien onder het reguliere onderwijs omdat ook hier voldoende aandacht aan werd besteed en hun vaardigheden net zo ontwikkeld.
Dit ging voor ons als begeleidende leraren niet zo eenvoudig. We moesten ons verbreden als professional en in de uitvoering hadden we de eerste maanden onze handen vol aan het inbinden van alle ruimtes die de leerlingen kregen door de nieuwe opzet. Het duurde wel een jaartje voordat ook wij de competenties onder de knie hadden die dit onderwijs van ons vereist: samenwerken, goed plannen, communiceren, feedback geven en krijgen etc.
Toen dat eenmaal gebeurd was wilde niemand van ons team meer terug naar de oude situatie. We zagen de voordelen van ons onderwijs en onze nieuwe rol als brede leraar. Het was zeker een grote verbetering tov de oude klassikale situatie.
Niet dat er geen incidenten met leerlingen meer plaatsvonden maar deze hadden geen invloed meer op de gehele groep daar er geen grote groep was. Niet dat er geen leerlingen misbruik maken van de ruimte die ze kregen maar je kon ze wel wijzen op hun verantwoordelijkheid. Uiteindelijk waren we heel aardig in staat om dit type onderwijs naar behoren uit te voeren met prima resultaten en leerlingen die meer geleerd hadden dan wat in het schoolboek stond geschreven.
Hiervoor waren wel een aantal zaken erg belangrijk. Het meest belangrijke was wel dat er een goede samenwerking moest komen tussen alle betrokkenen: leerlingen, ouders, leerkrachten, leidinggevende en directie. Alles moet min of meer kloppen en iedereen moet elkaar ondersteunen en weten waar we mee bezig zijn en waar dit toe leidt.
Verder is het wezenlijk dat de uitvoerende leerkrachten een echt team vormen. Iets wat binnen het onderwijs natuurlijk niet zo vanzelfsprekend is.
Als laatste punt wil ik wijzen op de voorwaarde dat de leerkracht zelf competent moet zijn om competentiegericht onderwijs uit te voeren en de leerlingen die hieraan participeren te begeleiden. Dit vereist veel meer kennis van groepsdynamische processen in kleine groepen, veel meer kennis van de puber, van adolescentiepsychologie zogezegd. Veel beter competent in het coachen van leerlingen, veel meer competent in het (laten) oplossen van problemen onder elkaar en uiteindelijk maar zeker niet als minst belangrijk veel competenter in de toepassing van vakdidactische aspecten die bij dit type onderwijs horen. Doceren is echt iets geheel anders dan bv. probleemgestuurd onderwijs of projectonderwijs sturen.
Om een kort verhaal lang te maken: Ik kreeg gisteren een positief beeld van de school, de leerkrachten en de ouders met betrekking tot de bovengenoemde voorwaarden om 5M tot een succes te maken. Ik kreeg de indruk dat er een team stond, dat ze achter hun project stonden en de school achter hun project.
Dit type onderwijs kan alleen maar slagen als aan deze randvoorden is voldaan en dat dit ook blijft. Je kunt het je niet veroorloven om te verslappen. Want ondanks alles blijven leerlingen cq pubers altijd begeleiding en leiding nodig hebben.
Goed uitgevoerd is dit het meest bevredigende onderwijs voor zowel de leerling als de leraren.
Succes.
Het heeft veel raakvlakken heeft met het Jenaplanonderwijs waarin plezier in het leren met elkaar, het presteren als groep en eigen verantwoordelijkheid belangrijke thema’s zijn.
5M schuurt erg aan tegen het competentiegericht onderwijs. Zeker de competentiekaarten waarin de vorderingen staan beschreven op het gebied van presteren, presenteren, communiceren ed. geven een duidelijk beeld van hun bedoelingen en ik kan me voorstellen dat ze de naam competentiegericht onderwijs niet gebruiken.
De uitwassen van competentiegericht onderwijs zijn zo negatief dat we naam niet meer positief kunnen lezen. Vooral binnen het MBO heeft het competentiegericht onderwijs niet goed uitgepakt. Leerlingen werden te weinig begeleid en moesten veel te zelfstandig werken aan hun opdrachten. Dit resulteerde vaak in uren doelloos rondhangen zonder resultaat. Zo ook de ervaringen met het studiehuis en de leerpleinen waar geen of te weinig controle is op wat de leerlingen doen.
We kunnen dus constateren dat dit type onderwijs in een kwaad daglicht is komen te staan en dat clubs als Beter Onderwijs Nederland hier grote vraagtekens bij heeft gezet. Mede hierdoor is ook het politieke tij gekeerd wat betreft competentiegericht onderwijs.
Een en ander wordt nog ondersteund door recent neuropsychologisch onderzoek m.b.t. de ontwikkeling van onze hersenen en de conclusies dat de hersenen helemaal nog niet in staat zouden zijn tot samenwerken,. plannen, organiseren etc.
Nu ben ik zelf een groot voorstander van onderwijs waar competenties centraal staan. Een competentie is dan wel op te vatten als ‘het vermogen om een opdracht naar behoren uit te voeren’. Hierbij staan kennis vergaren, vaardigheden ontwikkelen en het ontwikkelen van een juiste (beroeps-) centraal.
Ik heb zelf op het VMBO mogen meewerken aan het opzetten van competentiegericht gericht leerplein binnen de afdeling zorg en welzijn. Mijn ervaring is dat leerlingen dit type onderwijs als bevrijdend ervaren. Ze hebben meer ruimte om zich te uiten, hoeven minder lang stil te zitten en leren op een natuurlijke wijze om samen te werken, te plannen en te organiseren. Hun feitelijke kennis aan het eind van de rit was net zo groot als voordien onder het reguliere onderwijs omdat ook hier voldoende aandacht aan werd besteed en hun vaardigheden net zo ontwikkeld.
Dit ging voor ons als begeleidende leraren niet zo eenvoudig. We moesten ons verbreden als professional en in de uitvoering hadden we de eerste maanden onze handen vol aan het inbinden van alle ruimtes die de leerlingen kregen door de nieuwe opzet. Het duurde wel een jaartje voordat ook wij de competenties onder de knie hadden die dit onderwijs van ons vereist: samenwerken, goed plannen, communiceren, feedback geven en krijgen etc.
Toen dat eenmaal gebeurd was wilde niemand van ons team meer terug naar de oude situatie. We zagen de voordelen van ons onderwijs en onze nieuwe rol als brede leraar. Het was zeker een grote verbetering tov de oude klassikale situatie.
Niet dat er geen incidenten met leerlingen meer plaatsvonden maar deze hadden geen invloed meer op de gehele groep daar er geen grote groep was. Niet dat er geen leerlingen misbruik maken van de ruimte die ze kregen maar je kon ze wel wijzen op hun verantwoordelijkheid. Uiteindelijk waren we heel aardig in staat om dit type onderwijs naar behoren uit te voeren met prima resultaten en leerlingen die meer geleerd hadden dan wat in het schoolboek stond geschreven.
Hiervoor waren wel een aantal zaken erg belangrijk. Het meest belangrijke was wel dat er een goede samenwerking moest komen tussen alle betrokkenen: leerlingen, ouders, leerkrachten, leidinggevende en directie. Alles moet min of meer kloppen en iedereen moet elkaar ondersteunen en weten waar we mee bezig zijn en waar dit toe leidt.
Verder is het wezenlijk dat de uitvoerende leerkrachten een echt team vormen. Iets wat binnen het onderwijs natuurlijk niet zo vanzelfsprekend is.
Als laatste punt wil ik wijzen op de voorwaarde dat de leerkracht zelf competent moet zijn om competentiegericht onderwijs uit te voeren en de leerlingen die hieraan participeren te begeleiden. Dit vereist veel meer kennis van groepsdynamische processen in kleine groepen, veel meer kennis van de puber, van adolescentiepsychologie zogezegd. Veel beter competent in het coachen van leerlingen, veel meer competent in het (laten) oplossen van problemen onder elkaar en uiteindelijk maar zeker niet als minst belangrijk veel competenter in de toepassing van vakdidactische aspecten die bij dit type onderwijs horen. Doceren is echt iets geheel anders dan bv. probleemgestuurd onderwijs of projectonderwijs sturen.
Om een kort verhaal lang te maken: Ik kreeg gisteren een positief beeld van de school, de leerkrachten en de ouders met betrekking tot de bovengenoemde voorwaarden om 5M tot een succes te maken. Ik kreeg de indruk dat er een team stond, dat ze achter hun project stonden en de school achter hun project.
Dit type onderwijs kan alleen maar slagen als aan deze randvoorden is voldaan en dat dit ook blijft. Je kunt het je niet veroorloven om te verslappen. Want ondanks alles blijven leerlingen cq pubers altijd begeleiding en leiding nodig hebben.
Goed uitgevoerd is dit het meest bevredigende onderwijs voor zowel de leerling als de leraren.
Succes.
woensdag 31 augustus 2011
zoonlief naar vo
Zoonlief gaat naar het vo en wij zijn natuurlijk reuze benieuwd hoe hij deze nieuwe ervaring beleefd. Ik maak hiervoor extra tijd vrij om hem op te vangen, evenals mijn vrouw zodat hij meteen zijn ervaringen kan delen met ons. Je kan zo'n 12 jarige natuurlijk niet alleen laten in deze stressvolle dagen.
Helaas blijkt bij thuiskomst van zoonlief dat deze maar moeilijk tot praten is te bewegen. Van stress is al helemaal niets te merken en het enige dat uit hem komt is: ach, school is school! We moeten bijna alles uit hem trekken. Niet dat hij een geen prater is of zo maar hier heeft hij weinig zin in. Het enige dat hij wil is zo snel mogelijk naar zijn spelcomputer en black-opsen.
Blijkbaar zijn onze verwachtingen wat anders dan die van hem. Soms maken ouders zaken groter dan ze voor het kind zijn.
Helaas blijkt bij thuiskomst van zoonlief dat deze maar moeilijk tot praten is te bewegen. Van stress is al helemaal niets te merken en het enige dat uit hem komt is: ach, school is school! We moeten bijna alles uit hem trekken. Niet dat hij een geen prater is of zo maar hier heeft hij weinig zin in. Het enige dat hij wil is zo snel mogelijk naar zijn spelcomputer en black-opsen.
Blijkbaar zijn onze verwachtingen wat anders dan die van hem. Soms maken ouders zaken groter dan ze voor het kind zijn.
maandag 22 augustus 2011
Passend Onderwijs.
Ik ga komend jaar meepraten over passend onderwijs en wat dit betekend voor de leerkracht/docent.
Ben reuze benieuwd daar ik zelf nogal kritisch sta tegenover de ontwikkeling om kinderen met allerlei problemen binnen de muren van het reguliere onderwijs op te vangen. Niet zozeer omdat ik er principieel iets tegen heb maar meer omdat ik steeds zie dat er onvoldoende expertise onder de docenten is en onvoldoende financiële armslag bij de scholen om al deze probleemgevallen adequaat te begeleiden. Ik kom zelf uit het orthopedagogisch jeugdwerk en weet hoe jongeren met problemen kunnen zijn. Ik weet ook hoe moeilijk het soms kan zijn om deze jongeren te sturen, laat staan iets te leren. Je moet als docent wel erg veel in huis hebben.
Er zijn wel scholen die zich ontwikkelen als (brede) Zorgschool. Dit lijkt een goede ontwikkeling maar willen de ouders van gewoon lerende kinderen hun kind straks nog naar een brede zorgschool sturen als blijkt dat veel aandacht van de docent naar de veel aandacht vragende leerlingen gaat.
Uiteindelijk zou het best zo kunnen zijn dat we weer terug zijn bij de oude situatie waarin we zorgscholen hebben (lees: speciale scholen voor leerlingen met allerlei vormen van leerproblemen) en gewone scholen.
Als we echt van passend onderwijs een succes willen maken moeten er fundamentele keuzes gemaakt worden en zal er veel geld bij moeten i.p.v. eraf.
Neemt allemaal niet weg dat ik vind dat we de tering naar de nering moeten zetten en komende docenten moeten voorbereiden en opleiden voor deze nieuwe taak.
Een leuke discussie staat op de site vab BON, Beter Onderwijs Nederland. Hieronder de verwijzing.
http://www.beteronderwijsnederland.nl/node/5777
zondag 21 augustus 2011
2011, een nieuwe start.
Na 2 jaar kunnen we een balans opmaken van mijn boek 'Omgaan met jongeren'. Ik mag zeggen dat het goed ontvangen is. De recensies (zie bijlage) zijn positief en het boek wordt gebruikt binnen enkele opleidingen.
Ik ben erg benieuwd naar reacties van mensen die het boek gelezen hebben of gebruiken.
Omgaan met jongeren / recensies
Auteur JWH Kessels
Boom 2009
NBD|Biblion recensie:
‘Door middel van theorie, een casus en verwerkingsopdrachten worden bijvoorbeeld op een toegankelijke en eenduidige wijze communicatieve competenties en corrigeren en straffen beschreven.’
‘Van bijzondere waarde is het hoofdstuk 'Lastige situaties', dat een keur van tips geeft rond bijvoorbeeld dreigementen, intimidaties en pesten en plagen.’
Docenten Lerarenopleiding Tilburg:
‘Met plezier heb ik je boek gelezen. Het is helder geschreven, heel praktisch, met veel direct bruikbare tips, en met luchtige, maar doelgerichte uitleg, zoals over de functie van humor.’
‘De tips in de hoofdstukken zijn goed en de praktijkvoorbeelden reëel en duidelijk. Dit geldt in het bijzonder voor hoofdstuk 5 (lastige situaties).’
‘De verwerkingsopdrachten in het boek zetten de lezer vooral aan het denken.’
‘Al met al zeer bruikbaar en wenselijk in de lerarenopleiding.’
Docente Omgangkunde:
‘We hebben het boek meteen opgenomen in het onderwijs en zijn er erg enthousiast over.’
Docent Social Works HBO Eindhoven:
‘Ik stel voor om het boek te gaan gebruiken in de ‘differentiatie jeugd’, in een training ‘luisteren naar jongeren’ of in het ‘student begeleidingsprogramma’ als training van onze studenten die met jeugd willen gaan werken.
Het boek biedt een mooie integratie van theorie en praktijk.’
Docenten lerarenopleiding:
‘Een geweldig op de praktijk geschreven boek. Niet een hoofdaccent op theorie, maar op praktisch herkenbare wijze geschreven.’
‘Laat ze dit boek beschikbaar stellen aan alle ouders, die pubers hebben!. Dit lijkt mij een heel goede opmerking over de inhoud van het boek.’
‘Met plezier heb ik je boek gelezen. Het is helder geschreven, heel praktisch, met veel direct bruikbare tips, en met luchtige, maar doelgerichte uitleg, zoals over de functie van humor.’
‘Prima boek met inleefbare casussen die beeld geven aan de jongeren.’
Studenten aan de lerarenopleiding:
‘De schrijfstijl voelt erg persoonlijk aan en Kessels schaamt zich er niet voor om van de hogere positie van schrijver af te stappen en eigen ervaringen te vertellen die maar al te herkenbaar zijn voor studenten die stage lopen binnen het voortgezet onderwijs.’
‘De openheid om te praten over problemen bij het werken met jongeren staat hierin centraal en is iets wat ik persoonlijk nastrevenswaardig vind voor iedereen die werkt met jongeren.’
Abonneren op:
Posts (Atom)